Directe laryngoscopie en oesofagoscopie.

De keelholte (met strottenhoofd) en de slokdarm worden meestal samen onderzocht.
Meestal kan dit onderzoek tijdens een ééndagopname uitgevoerd worden.

Bij volwassenen wordt er een buisvormig instrument tot in het onderste deel van de keelholte geschoven zodat de
verschillende slijmvliesplooien, de stembanden en de tongbasis van nabij kunnen onderzocht worden.
Aansluitend wordt er een dunnere buis achter de keelholte in de slokdarm geschoven.

Een speciale ingebouwde verlichting laat toe slijmvliesveranderingen of een vreemd voorwerp waar te nemen.
Tijdens dit onderzoek kan een eventueel vreemd voorwerp verwijderd worden of kunnen er kleine stukjes verdacht weefsel weggenomen worden voor verder microscopisch onderzoek.

Na deze ingreep kan gedurende korte tijd wat hals- en slikpijn voorkomen die meestal echter geen specifieke behandeling vergt.
Het is vrij normaal dat postoperatief wat bloedsporen in het speeksel worden waargenomen.

Om de stembanden en de slokdarm te kunnen beoordelen is het soms nodig grote druk op de tanden uit te oefenen met het buisvormige instrument.
Ondanks een speciale tandbeschermingshoes kunnen er echter in zeldzame gevallen beschadigingen aan tanden optreden.

Vooral bij het verwijderen van vreemde voorwerpen uit de slokdarm maar ook bij weefselafnames kan het soms noodzakelijk zijn een slokdarmsonde te plaatsen via de neus tot in de maag, om voeding langs deze sonde toe te dienen.
Deze blijft dan na de operatie ter plaatse tot het gevaar voor onstekingen is verdwenen.

Bij verwijderen van scherpe vreemde voorwerpen of bij grote gezwellen kan er een ontsteking
optreden van de borstkastholte zodat een langer ziekenhuisverblijf noodzakelijk is.
Deze onvoorzienbare complicatie komt tegenwoordig slechts heel zelden voor.
In de eerste dagen na de ingreep is het aan te raden een zachte voeding te gebruiken.